Het FODMAP-beperkte dieet

F  E  P 

Symptomen van PDS

De symptomen van PDS

De meest voorkomende symptomen van PDS zijn:

  1. Een opgeblazen gevoel en of een opgezette buik
  2. Buikpijn of een ongemakkelijk gevoel in de buik
  3. Veranderde stoelgang (diarree en/of verstopping)
  4. Overmatige winderigheid (flatulentie)
  5. Vermoeidheid

1. Opgeblazen gevoel en of een opgezette buik

Zoals de naam al zegt is een opgeblazen gevoel het gevoel van een grotere druk in de buik, terwijl een opgezette buik ook meetbaar in omvang is veranderd. De opzetting van de buik van mensen die aan PDS lijden verergert meestal in de loop van de dag en na het eten. Sommige (vrouwelijke) patiënten geven aan dat het lijkt alsof ze zwanger zijn. Een opgezette buik en een opgeblazen gevoel kunnen tegelijk of apart van elkaar optreden. Er zijn maar enkele oorzaken die de buik kunnen doen opzetten:
a. ontlasting,
b. vloeistoffen of gassen.
Een teveel hiervan in de darmen veroorzaakt een opgeblazen gevoel en een opgezette buik omdat ze de omvang van de darm vergroten waardoor deze meer ruimte inneemt in de buik. Maar ook met een lege (geen ontlasting en weinig gas) darm is de buik bij PDS patiënten soms erg opgezet. Deze opgezette buik bij een lege darm wordt vermoedelijk veroorzaakt doordat het middenrif naar beneden staat waardoor er minder ruimte is voor de inhoud van de buik. De oorzaak hiervan is nog onduidelijk. Door de opzetting van de buik voelt het alsof de darmen vol ontlasting zitten en gaan patiënten soms ten onrechte veel laxeermiddelen gebruiken. Doordat dit bij hen geen effect heeft zijn ze geneigd de dosis te verhogen. Indien dit bij u het geval is raden wij u aan met uw huisarts te overleggen.

a. Ontlasting

De enige plek waar ontlasting wordt vastgehouden is de dikke darm. Grote hoeveelheden ontlasting, zoals in het geval van verstopping, kunnen een opgezette buik veroorzaken. De dikke darm is ervoor gemaakt om een vrij grote hoeveelheid ontlasting te kunnen bevatten en kan daarom beter omgaan met opzetting dan de dunne darm. Een grote hoeveelheid ontlasting in de darmen is overigens niet schadelijk en er kunnen geen gifstoffen vanuit de dikke darm in het lichaam terecht komen. De beste manier om vast te stellen of een volle dikke darm de oorzaak van het opgeblazen gevoel of de opgezette buik is, is om de darm een keer (onder medisch toezicht) te legen met een laxeermiddel en te onderzoeken of dit het opgeblazen gevoel vermindert.

b. Vocht en gassen: osmose en fermentatie

Toegenomen hoeveelheden vocht en soms ook gas in de darmen, vooral in de laatste meter van de dunne darm en de eerste delen van de dikke darm, zijn de meest voorkomende oorzaak van een opgezette buik, vooral wanneer de mate van opzetting en een opgeblazen gevoel varieert gedurende de dag. De hoeveelheid vocht en gas in de darmen is in grote mate afhankelijk van het voedsel dat wordt gegeten. Tijdens het spijsverteringsproces worden water en zouten uit het voedsel door het lichaam opgenomen door de wanden van de dunne en dikke darm (dit wordt absorptie genoemd). Als dit proces verstoord wordt door bepaalde ziekten zoals een darminfectie of een darmontsteking, dan zal er door osmose meer vocht in de darmen achterblijven wat diarree veroorzaakt. Door fermentatie van moleculen ontstaan gassen.

2. Buikpijn of een ongemakkelijk gevoel in de buik

Een belangrijk kenmerk van buikpijn is dat we het voelen in een groot gebied van de onder-, midden- of bovenbuik, maar zelden precies kunnen zeggen waar het vandaan komt. In tegenstelling tot de huid, die veel pijnreceptoren bevat zodat ons bewuste brein precies weet waar de bron van de pijn zich bevindt, bevinden zich in de buik alleen maar algemene pijnreceptoren. Ons bewuste brein kan hierdoor niet precies lokaliseren waar in de buik de pijn precies vandaan komt. Bij PDS bevindt de pijn zich vaak (links) onder de navel, maar het kan ook rond de navel of boven in de buik aanwezig zijn. De plaats kan wisselen. De pijn is vaak zeurend en duurt uren lang met soms hevige pijnscheuten. De pijn kan zo hevig zijn dat het doet denken aan een gal- of niersteenaanval.

Viscerale hypersensitiviteit

Een belangrijke oorzaak van pijn en een ongemakkelijk gevoel in de buik bij mensen met PDS is opzetting van de buik. Hoeveel pijn en ongemak iemand voelt is afhankelijk van de gevoeligheid van de zenuwuiteinden in de darmen. Als deze erg gevoelig zijn zeggen we dat iemand viscerale hypersensitiviteit heeft.
Door middel van een zogenaamd barostat onderzoek kan vastgesteld worden of iemand viscerale hypersensitiviteit heeft. Hierbij wordt bijvoorbeeld een slang met daaraan een opblaasbare ballon via de anus in de endeldarm gebracht. In tegenstelling tot mensen zonder PDS, bij wie de ballon vrij ver opgeblazen kan worden voordat zij pijn of ongemak voelen, voelen mensen met PDS dit vrij snel. Deze onderzoeken tonen aan dat de zenuwen van mensen met PDS bij een minder opgezette buik al pijnsignalen naar de hersenen sturen. Met andere woorden, mensen met PDS lijken gevoeligere zenuwuiteinden in de darm te hebben die eerder reageren op stimulatie, zodat zij pijn voelen wanneer iemand zonder PDS geen pijn zou voelen. Een andere oorzaak van buikklachten is hevige samentrekking van de spieren in de darmwand, wat buikkrampen veroorzaakt.

3. Veranderde stoelgang (diarree en/of verstopping)

De aard van onze ontlasting, dun als bij diarree of hard en droog als bij verstopping, hangt grotendeels af van de hoeveelheid water die de ontlasting bevat.

Diarree

Bij diarree is er meer vocht in de dikke darm aanwezig dan dat er opgenomen kan worden. De drie belangrijkste oorzaken hiervan kunnen zijn:

  1. De hoeveelheid vocht die uit de dunne darm komt is te groot.
  2. Het mechanisme dat zorgt voor vochtonttrekking is verzwakt (bijvoorbeeld wanneer de dikke darm is ontstoken).
  3. De snelheid waarmee de inhoud zich door de darmen beweegt is te hoog om onttrekking van vocht mogelijk te maken

Verstopping

Omgekeerd kan verstopping ontstaan wanneer:

  1. Er te weinig vocht binnenkomt in de darm.
  2. Er teveel vocht aan de ontlasting onttrokken wordt omdat de inhoud van de darm te langzaam voortgestuwd wordt (of de darm niet goed geleegd wordt).
  3. De darmen niet geleegd worden op het moment van aandrang.

De hoeveelheid water die we drinken heeft hier enige invloed op: wanneer we niet genoeg drinken absorberen we meer zouten en water in de dikke darm en vergroot de kans op verstopping. Maar we kunnen de hoeveelheid water in de dikke darm niet simpelweg vergroten door meer water te drinken, aangezien dit water in de dunne darm zal worden opgenomen en het teveel met de urine uitgescheiden zal worden. Met andere woorden, bij verstopping is het belangrijk uitdroging te voorkomen, maar het drinken van talloze liters water per dag zal geen extra voordeel opleveren.

Darmpassagetijd

De tijd die de inhoud van de darmen nodig heeft om van het begin naar het einde van de dikke darm te bewegen wordt de darmpassagetijd genoemd. Eén van de factoren die de darmpassagetijd beïnvloedt is de manier waarop het zenuwsysteem van de darm is afgesteld. Bij sommige mensen is de darmpassagetijd lang en is hun normale stoelgang bijvoorbeeld twee keer per week met vrij stevige ontlasting. Anderen hebben een kortere darmpassagetijd en gaan doorgaans twee tot drie keer per dag waarbij ze dunnere ontlasting produceren.
Naast de afstelling van het zenuwsysteem van de darm kunnen andere factoren de darmpassagetijd beïnvloeden. Eén hiervan is de samenstelling van het dieet. Als dat weinig vezels bevat beweegt de inhoud traag door de darmen en kan er verstopping ontstaan. In zulke situaties werkt overgaan op een dieet met veel vezels of inname van vezelsupplementen erg goed. Wanneer het dieet echter een grote hoeveelheid slecht absorbeerbare koolhydraten (FODMAPs) bevat, kan het zenuwsysteem van de darm hierdoor geactiveerd raken en de darmspieren opdragen de darminhoud uit te scheiden waardoor de darmpassagetijd korter wordt en er soms diarree ontstaat. Dit kan gunstig zijn bij verstopping. Bepaalde medicijnen zoals codeïne, tramal/tramadol of loperamide kunnen verstopping veroorzaken doordat zij de darmen langzamer maken en zo de darmpassagetijd verlengen. Om deze reden is het gebruik van deze medicijnen bij buikpijn veroorzaakt door PDS meestal geen goede optie.

Veranderingen in kenmerken van de ontlasting

Mensen met PDS stellen zich vaak vragen over de eigenschappen van hun ontlasting. Hieronder kunnen vallen:
Kleur: de kleur van ontlasting varieert, maar deze variaties zijn doorgaans niet van betekenis bij PDS.
Vorm: lintachtige of draderige ontlasting, soms veroorzaakt door hard persen, kunnen duiden op verstopping, net als harde kogelvormige ontlasting.
Stukjes in de ontlasting: Tomatenvellen, maïskorrels of zaden in de ontlasting zijn volkomen normaal en duiden niet op iets ernstigs.
Slijm: slijm afkomstig van de darmwand in de ontlasting is normaal en wijst doorgaans niet op iets ernstigs.
Bloed: bij bloed in of op de ontlasting moet altijd een bezoek aan de huisarts worden gebracht. Het is geen onderdeel van PDS.

4. Overmatige winderigheid (flatulentie)

Winden laten is normaal: gezonde vrouwen winden gemiddeld zeven keer per dag en gezonde mannen veertien keer per dag. We kunnen wel 2 liter darmgas per dag uitstoten; ten hoogste de helft hiervan is ingeslikte lucht, de rest wordt in de dikke darm geproduceerd door middel van bacteriële fermentatie. Bij een langzame darmpassagetijd hebben de bacteriën meer tijd om de onverteerde voedselresten te fermenteren en zullen er meer gassen ontstaan. Voor de darmen is het beter een wind te laten wanneer de aandrang optreedt.
Wanneer de aandrang om te winden herhaaldelijk genegeerd wordt kan er buikpijn en een opgeblazen gevoel ontstaan. De medische term voor winderigheid is flatulentie.

Klachten met betrekking tot winderigheid hebben meestal te maken met:

Frequentie
De hoeveelheid gas die per dag wordt uitgestoten kan verminderd worden door de aanvoer van koolhydraten, oplosbare voedingsvezels en resistent zetmeel (onverteerbaar zetmeel) naar de darmbacteriën te verminderen en ervoor te zorgen dat de darmpassagetijd niet te lang is. Bij overmatige winderigheid kan het FODMAP- beperkte dieet mogelijk helpen.

Geur
Naar eieren stinkend gas ontstaat wanneer bacteriën eiwitten fermenteren. Dit gebeurt als de hoeveelheid eiwitten die ingenomen zijn te groot is voor het lichaam om te kunnen verteren. Dit gebeurt wanneer er teveel eiwit is gegeten of wanneer enkele eiwitten langs onze verteringsmechanismen glippen. Stinkend gas duidt doorgaans niet op een ziekte of slechte eetgewoonten.

Incontinentie
Een normale hoeveelheid darmgassen kan toch als zeer hinderlijk ervaren worden als het niet lukt de gassen bewust op te houden, bijvoorbeeld doordat de kringspier van de anus minder goed werkt. Dit kan leiden tot schaamte en het vermijden van contact met andere mensen. Bespreek dit met uw huisarts indien dit bij u aan de hand is.

Rommelingen in de buik (borborygmi)
Hoorbare geluiden en rommelingen in de buik worden borborygmi genoemd. Deze geluiden, die duiden op beweging van gas in de buik, zijn normaal.

5. Vermoeidheid

Veel mensen met PDS lijden aan vermoeidheid, vooral als hun PDS-symptomen ernstig zijn. De oorzaak hiervan is doorgaans niet bekend, hoewel er vele theorieën over bestaan. De vermoeidheid kan de buikpijn verergeren en de voortdurende buikpijn kan de vermoeidheid verergeren. Behandeling van PDS kan de vermoeidheid soms doen afnemen. Ook het FODMAP-beperkte dieet kan vermoeidheid soms doen verminderen.